Digitale geletterdheid:
we organiseren de implementatie, maar vergeten de basis
 

Geschreven door Laura Walter-Goudsmit

Tijdens de SLO Netwerkdag digitale geletterdheid in het primair onderwijs op 20 maart 2026 werd het opnieuw pijnlijk zichtbaar: als onderwijssector zijn we volop bezig met de implementatie van digitale geletterdheid — maar we hebben nog steeds niet scherp wat de basis is waarop we dit doen.

leraar wijst laptop aan

Er ligt een tijdlijn. Er zijn programma’s, een curriculum, interventiemodellen en hulpmiddelen. Op het eerste gezicht lijkt alles aanwezig.
Maar het fundament ontbreekt.

In deze blog deel ik — Laura Walter-Goudsmit — mijn reflectie op basis van de bijdragen van de sprekers, de gepresenteerde modellen en de vraagstukken die naar voren kwamen. Juist in die combinatie wordt zichtbaar waar het écht schuurt.

Deze blog is geen verwijt, maar een wake-up call. Een persoonlijke reflectie, gebaseerd op deze dag én op jarenlange ervaring naast het onderwijs, met focus op digitale bekwaamheid, digitale transformatie en de adoptie en borging van digitale vaardigheden.

Alles ingericht… behalve is de inhoudelijke norm

Wat opviel in de presentaties, is hoe goed we inmiddels zijn in organiseren. Er liggen heldere tijdlijnen richting 2031, er zijn landelijke programma’s zoals NAPL en Sterke onderwijsprofessionals in de digitale transitie, rollen zijn verdeeld over scholen, opleiders, overheid en ondersteuningspartners, en er is financiering beschikbaar voor implementatie en professionalisering. Ook zijn er concrete hulpmiddelen en stappenplannen ontwikkeld.

Er is zelfs een uitgewerkt interventiemodel dat laat zien hoe professionalisering leidt tot betere inzet van ICT, sterkere digitale didactiek en uiteindelijk betere leeruitkomsten.

Op papier klopt het systeem.

Maar tegelijkertijd ontbreekt de kernvraag: wat is precies de bekwaamheid die we bij leraren willen ontwikkelen als het gaat om digitale vaardigheden, in lijn met de implementatie van digitale geletterdheid als basisvaardigheid in het onderwijs?

3 leraren

Professionalisering is uitgewerkt — maar waarvoor?

De manier waarop we professionalisering organiseren is sterk en herkenbaar. We werken met PDCA-cycli, zetten in op samenwerking en reflectie en hebben aandacht voor zowel vakinhoud als digitale didactiek. Ook randvoorwaarden zoals tijd, leiderschap en visie krijgen terecht aandacht.

Vaak wordt dit samengebracht in de bekende driehoek van willen, kunnen en weten: motivatie, middelen en kennis.

Maar juist hier zit het probleem. We weten hoe we moeten professionaliseren — maar niet waartoe.

We vragen veel van leraren, maar definiëren te weinig. Iedereen is het erover eens dat iedere leraar iets moet met digitale geletterdheid, maar tegelijkertijd blijven essentiële vragen onbeantwoord. Wat moet een leraar concreet kunnen? Wanneer ben je startbekwaam, en wanneer vakbekwaam? En welke vaardigheden zijn nodig om digitale geletterdheid goed te kunnen onderwijzen?

Door dat die vragen onbeantwoord blijven, ontstaat een fundamenteel probleem: we bouwen en implementeren een curriculum digitale geletterdheid, zonder te definiëren hoe leraren dit moeten uitvoeren en op welk niveau zij daarvoor bekwaam moeten zijn.

De lerarenopleiding: sleutelpositie zonder duidelijke opdracht

De lerarenopleiding heeft een cruciale rol in dit geheel. Ze werkt aan curriculumbewustzijn, verbindt regio en praktijk en draagt bij aan vakinhoudelijke ontwikkeling en curriculum(vernieuwing). Met een OCW-investering van meerdere miljoenen (2026–2031) wordt ingezet op visieontwikkeling, materiaalontwikkeling en integratie in curricula.

Dat klinkt stevig. Maar ook hier blijft de kernvraag liggen: wat moeten lerarenopleiders opleiden als het gaat om digitale geletterdheid?

Zonder duidelijke bekwaamheidseisen wordt curriculumontwikkeling diffuus, ontstaan er verschillen tussen opleidingen en blijft interpretatie leidend. En dat terwijl juist hier de basis gelegd zou moeten worden.

De wetenschap ligt er al — maar we gebruiken haar nauwelijks

Misschien wel het meest wrange is dat het niet ontbreekt aan kennis of kaders. Er zijn al jaren wetenschappelijk onderbouwde referentiekaders beschikbaar voor digitale en digitale didactische bekwaamheid van leraren.

Denk bijvoorbeeld aan DigCompEdu, een Europees kader dat verschillende domeinen beschrijft, concrete competenties benoemt en werkt met niveaus van beginner tot expert. Of het UNESCO AI Competency Framework for Teachers, dat zich richt op AI-geletterdheid en de verbinding legt tussen ethiek, pedagogiek en technologie.

 

Deze kaders zijn gebaseerd op onderzoek, internationaal gevalideerd en praktisch toepasbaar. Sterker nog: ze geven precies antwoord op de vraag die wij nog steeds niet beantwoorden — wat moet een leraar kennen en kunnen?

Het echte probleem: we durven niet te kiezen

Het probleem is dus niet dat deze kaders ontbreken, maar dat ze niet verplicht zijn, niet verankerd zijn en niet als standaard worden gehanteerd.
Daardoor ontstaat een situatie waarin het gebruik ervan afhankelijk is van toeval. De ene opleiding gebruikt ze wel, de andere niet. Sommige scholen kennen ze, andere nauwelijks. En professionalisering sluit er soms op aan, maar vaak ook niet.

Waarom een standaard essentieel is

Het kiezen van een referentiekader is geen bureaucratische stap, maar een noodzakelijke voorwaarde voor kwaliteit.
Zonder standaard ontbreekt richting, ontstaat ongelijkheid tussen leraren en scholen, sluiten opleidingen en praktijk onvoldoende op elkaar aan en blijft professionalisering versnipperd. Bovendien wordt het lastig om kwaliteit te borgen of te toetsen.
Met een standaard ontstaat juist samenhang, duidelijkheid en doelgerichtheid.

Versnippering als gevolg

Wat we nu zien, is geen gezonde diversiteit maar fragmentatie. Scholen kiezen hun eigen routes, aanbieders ontwikkelen programma’s zonder duidelijke kwaliteitsbasis, opleidingen maken verschillende keuzes en professionalisering varieert sterk in inhoud en niveau.
Dat leidt onvermijdelijk tot ongelijkheid tussen leerlingen, verschillen in onderwijskwaliteit en een inefficiënt en soms onveilig gebruik van digitale middelen.

Mijn reflectie

Ik schrijf dit vanuit een overtuiging die ik al jaren uitspreek: digitale geletterdheid vraagt om een stevig, wetenschappelijk onderbouwd fundament in de bekwaamheid van de leraar. Wat ik vandaag opnieuw zag, is dat we de kennis, de kaders en de ervaring al hebben — maar nog geen gezamenlijke keuzes maken.

Het onderwijsveld mag en moet dit niet zelf uitzoeken

We kunnen niet verwachten dat scholen zelf een kader kiezen, leraren zelf bepalen wat voldoende is of opleidingen individuele normen ontwikkelen. Dat is niet realistisch.

De samenleving digitaliseert in hoog tempo. Banen veranderen, vaardigheden verschuiven en de digitale kloof groeit. Digitale vaardigheden zijn complexe vaardigheden. We kunnen het ons niet permitteren om hierin geen duidelijke keuzes te maken.

Dit is een maatschappelijke verantwoordelijkheid die vraagt om gezamenlijke actie van overheid, onderwijs, private partijen en opleiders.

Maar boven alles vraagt het om één duidelijke, noodzakelijke en urgente besluit: de keuze voor een leidend, wetenschappelijk referentiekader voor digitale en digitale didactische vaardigheden.

Dit is het kantelpunt

Complexiteit is geen excuus meer. Juist omdat het complex is, moeten we kiezen. Dit is het moment. Nu is er nog ruimte om digitale geletterdheid duurzaam en doordacht te implementeren als basisvaardigheid — voor alle kinderen.
Als we dit vragen van het onderwijs, dan is het ook onze verantwoordelijkheid om het onderwijs daarin te ondersteunen.

feedback

Een noodkreet

Ik sluit af met een duidelijke oproep aan OCW, aan de politiek, aan alle betrokken partijen privaat en publiek. Neem regie op de basis.

  • Kies en veranker een wetenschappelijk onderbouwd referentiekader (zoals DigCompEdu voor leraren, DigComp voor onderwijsondersteunend personeel, verrijkt met het UNESCO AI Competency Framework, de vereisten uit de EU AI Act en relevante kaders zoals AVG/GDPR en het normenkader IBP).
  • Maak digitale en digitale didactische bekwaamheid onderdeel van de bekwaamheidseisen voor zowel toekomstige leraren als leraren in functie.
  • Maak digitale bekwaamheid ook onderdeel van de bekwaamheidseisen voor schoolleiders, bestuurders, beleidsmedewerkers en onderwijsondersteunend personeel.
  • Zorg voor samenhang in opleiding, professionalisering en ondersteuning op basis van een gekozen wetenschappelijk referentiekader.

Want laten we eerlijk zijn:

We kunnen geen digitale geletterdheid implementeren als onderwijsprofessionals niet beschikken over een helder, gedeeld en aantoonbaar basisniveau aan digitale en digitale didactische bekwaamheid

Zonder dat fundament blijven we organiseren — maar bouwen we op drijfzand. Hoe goed bedoeld het ook is — zonder basis missen we de essentie.

Wil je na het lezen van deze blog van gedachten met mij wisselen? Neem gerust contact met mij op.

Hoe Edutrainers scholen
ondersteunt

Edutrainers richt zich volledig op ICT-bekwaamheid en AI-geletterdheid
binnen het onderwijs. Wij helpen scholen om:

  • visie om te zetten in actie;
  • professionalisering te verbinden aan praktijk;
  • teamontwikkeling centraal te stellen;
  • en ICT-bekwaamheid duurzaam te borgen binnen HR-processen.

Wil je als school een volgende stap zetten?
Neem contact met ons op en ontdek hoe wij jullie team begeleiden van strategie naar dagelijkse praktijk.

logo edutrainers