Digitale geletterdheid vraagt meer dan technologie: waarom professionalisering en landelijk beleid nu cruciaal zijn
Mijn reflectie na het lezen van het
OECD Digital Education Outlook
Geschreven door Laura Walter-Goudsmit – 22-01-2026

De OECD Digital Education Outlook 2026 laat weinig ruimte voor twijfel: generatieve AI en digitalisering hebben het potentieel om het onderwijs fundamenteel te versterken – maar alleen als we bewust investeren in mensen, vaardigheden en samenhangend beleid. Technologie op zichzelf verbetert het onderwijs niet. Wat telt, is hoe we haar inzetten, wie haar stuurt en welke vaardigheden we daadwerkelijk ontwikkelen.
Dat is precies het punt dat ik al langer benadruk: zonder structurele professionalisering van onderwijsprofessionals én zonder een duidelijke, landelijke koers op digitale vaardigheden, blijft digitale geletterdheid een goedbedoeld maar versnipperd project.
Van sneller werken naar beter leren
Eén van de belangrijkste conclusies uit het OECD-rapport is dat generatieve AI leerlingen en studenten weliswaar kan helpen om taken sneller of beter af te ronden, maar dat dit niet automatisch leidt tot beter leren. Integendeel: onderzoek laat zien dat overmatig of ondoordacht AI-gebruik kan leiden tot oppervlakkig leren en afname van kernvaardigheden zoals kritisch denken, zelfregulatie en probleemoplossend vermogen.
Dit bevestigt een zorg die ik vaker uitspreek:
Digitale vaardigheden zijn geen toolvaardigheden, maar denkvaardigheden nauw gekoppeld aan de 21e-eeuwse vaardigheden. Digitale geletterdheid gaat niet over het kunnen gebruiken van technologie, maar over het bewust, kritisch en pedagogisch verantwoord inzetten ervan.
Digitale geletterdheid = didactiek + professionaliteit
Het OECD-rapport benadrukt dat AI en digitale technologie alleen effectief zijn wanneer ze didactisch worden ontworpen en ingezet. Dat vraagt veel van leraren, schoolleiders en onderwijsorganisaties. Niet alleen digitale basisvaardigheden, maar juist ook digitale didactische vaardigheden zijn essentieel:
Dit benadrukt de noodzaak van structurele professionalisering. Van embedding van deze professionalisering vanaf de start van de lerarenopleiding met continuïteit in de scholen voor alle onderwijsprofessionals. Losse trainingen of inspiratiesessies zijn niet voldoende. Digitale en AI-geletterdheid moeten een vast onderdeel zijn van professionele ontwikkeling van onderwijsprofessionals, ingebed in visie, curriculum en kwaliteitsbeleid en HRM-cyclussen.

Teacher agency: de mens blijft aan het stuur
Een krachtig punt in het OECD-rapport is het concept van teacher agency. Technologie mag leraren ondersteunen, maar nooit vervangen of reduceren tot uitvoerders van algoritmes. AI moet het professionele oordeel van de leraar versterken, niet uithollen.
Dat vraagt om:
Hier raakt het rapport direct een breder maatschappelijk vraagstuk aan: wie heeft de regie over digitalisering in het onderwijs?
Nederland: sterke basis, maar gebrek aan samenhang
Nederland heeft veel in huis volgens het rapport van OECD:
Maar juist die autonomie kent ook een keerzijde. De verschillen zijn groot tussen scholen en schoolbesturen. Zonder een duidelijke landelijke koers ontstaat versnippering en wordt de digitale kloof groter en groter. Digitale geletterdheid en digitale bekwaamheid voor onderwijsprofessionals krijgt op veel plekken vorm, maar:
De invoering van digitale geletterdheid in het curriculum is goed op gang en veel scholen zijn hiermee bezig met behulp van de verschillende handreikingen, scenariospellen en expertise van binnen en buitenaf, maar deze kan alleen succesvol zijn als deze wordt ondersteund door helder, landelijk beleid, met name op de verwachtingen en eisen aan niveau van digitale vaardigheden van onderwijsprofessionals.
De sleutel: werken met erkende digitale referentiekaders
Wat in Nederland nog te weinig gebeurt – en wat de OECD impliciet benadrukt – is het structureel werken met erkende digitale referentiekaders voor digitale (didactische) vaardigheden waaronder AI-vaardigheden. Denk aan:
Deze kaders bieden een gedeelde taal, duidelijke niveaus en ontwikkellijnen, en houvast voor curriculumontwikkeling, professionalisering en evaluatie.
Zonder zulke kaders blijft digitale geletterdheid vrijblijvend en moeilijk meetbaar. Met kaders wordt het een doelgericht en duurzaam onderdeel van het onderwijs. Als directeur van Edutrainers en expert op dit gebied pleit ik al jaren voor landelijk beleid en adoptie van deze erkende wetenschappelijke kaders.
Tot slot: technologie vraagt leiderschap

De boodschap van de OECD is helder en sluit naadloos aan bij wat ik al langer bepleit:
Digitale transformatie in het onderwijs is geen technisch vraagstuk, maar een professioneel en beleidsmatig vraagstuk.
Als we digitale geletterdheid echt serieus nemen, vraagt dat om:
Alleen dan wordt digitale geletterdheid geen hype, maar een fundament voor toekomstgericht, mensgericht onderwijs.
